Tagarchief: postnatale depressie

De hormonen voorbij

Je bent zwanger en alle hormonen gieren door je lijf. Je hebt het lichamelijk zwaar en het is vaak toch heel anders dan je je had voorgesteld. Het liefste wilde je gewoon in bed liggen met je benen omhoog tegen het vocht. De kleinste beweging geeft al een harde buik en je ziet het allemaal niet meer zitten. Je slaapt niet door rug, been of bekkenpijn en hebt bij een glas melk nog zuuraanvallen. “jij koos hiervoor” verteld je iemand. “Je bent zwanger, niet ziek.” zegt een ander. “Stel je niet zo aan, ik zou het graag allemaal overnemen. Je moet blij zijn dat je kinderen kunt krijgen.” Zegt een derde. Het spookt allemaal door je hoofd, iedere nacht maar weer tijdens die vele lange slapeloze nachten. Je wilt zo graag je hele huis poetsen. Mijmerend al die babykleertjes strijken nadat je ze heerlijk dagdromend op het droogrek hebt gehangen, maar ook dat lukt niet. Heel frustrerend moet je je partner vragen om het doen. Die doet het heel anders dan jij in gedachte had, dag dagdroom. Andere blijven zich opdringen om te helpen, maar je wilt helemaal geen hulp. Je wilt het gewoon zelf doen. Je had een heel plan voor je, een hele droom hoe deze zwangerschap eruit ging zien en er niets van gekomen. Je mag er niet een verdrietig of boos om zijn. Dan stel je je aan, of moet je niet zo aan je hormonen toegeven.

Tijdens de zwangerschap moet je ook een plan maken voor je bevalling. Die enge bevalling waar je zo tegenop kijkt. Je wilt heel graag die nare zwangerschap achter je laten en je kindje in je armen houden, maar die bevalling. Die komt er eerst nog aan. Je leest er van alles over, je vraagt om informatie en om ervaring. Dan krijg je vaak bij die hele ervaringsverhalen ook nog opdringerige dingen verteld die je allemaal wel of niet moet doen tijdens je bevalling. Op een gegeven moment weet je niet meer of je juist wel of geen pijnstilling wilt en al helemaal niet meer of je thuis of in het ziekenhuis wilt bevalling. Iedereen heeft een horrorverhaal wat ze graag delen “Tja, je kunt maar beter weten dat dit ook kan gebeuren” en een mening die graag opdringen “Ik vind pijnstillers echt onzin, zoveel pijn doet het helemaal niet”. Je kijkt nu niet meer enkel tegen de bevalling op, maar bent er zelfs een beetje bang voor. Daarnaast zit je vol met sociale verwachtingen die een behoorlijke druk op je leggen. “Ach stel je niet zo aan, hij moet er toch uit. Er is er nog nooit eentje blijven zitten. Het zijn je hormonen maar.”

Het is midden in de nacht. Je hebt het warm, kan geen houding vinden en absoluut niet slapen. Dan voel je het opeens. Een wee. Je bent meteen nog wakkerder en gaat aan je buik voelen. Zo stil mogelijk liggend probeer je het op te merken. Een kwartiertje later krijg je er nog een. Yes, denk je, het begint. ZO krijg je er nog 5 of 6 over de komende twee uur en dan stopt het. Oh, oefenweeën. Vervelend, maar normaal. De komende twee weken gebeurd dit af en aan iedere dag en nacht. Soms zijn ze heviger en komen ze sneller, maar iedere keer weer ebben ze weer weg. Bij de controle bij je verloskundige vertel je erover. Ze stellen voor je te strippen. Je gaat met billen bloot en benen wijd terwijl zij probeert in je te porren. Handen onder je billen, tanden op elkaar. “Je hebt nog een te lange baarmoedermond”. Teleurgesteld lig je de rest van de dag op de bank met harde buiken en voorweeën tot en met. “Het gebeurt toch echt pas als het gebeurt.” Hoor je dan. Ondertussen ben je lichamelijk en emotioneel helemaal uitgeput.

Tot die nacht dat het dan eindelijk begint. Je bevalling. Je partner (die veel te laks reageert op alles) geef je even op zijn donder, pakt je nette vooraf ingepakte vluchtkoffertje en gaat richting ziekenhuis. Ook al wilde niet vaak getoucheerd worden, hup die onderbroek uit, benen wijd, vuisten onder je billen en dan gaan ze. Je krijgt een wee en wilt het uitschreeuwen van de pijn. “Niet zo aanstellen hé mevrouwtje” Zegt de mannelijke gynaecoloog die net onder het mom van kijken hoever je al bent Je even flink mishandeld heeft van onder. De centimeters schieten niet op en je weeën zijn niet weg te puffen. Je vraagt om pijnstilling. Je verwachte dat je het ook direct zou krijgen. Ze zien toch hoeveel pijn je hebt. Ze doen moeilijk. Eerst een infuus met vocht prikken. En dat willen ze net doen iedere keer als jij een wee krijgt. Tot vijf keer toe tot jij je afvraagt of ze het er echt om doen. Ze gaan je vliezen breken, dat versnelt alles een beetje. Met een lange stok porren ze je baarmoeder in terwijl je daar schreeuwend ligt van de pijn. Je water breekt en in alle commotie moet je erbij plassen ook nog, iets waar ze dan een beetje boos om worden. Je ligt niet goed, maar moet nu eenmaal blijven liggen voor de zenders. Je voelt persdrang en geeft dit aan. Op hun elfendertigst gaan ze eens kijken. Niets ligt klaar en je persen gaat zo snel dat je van voor tot achter helemaal uitscheurt. “Ik wilde net gaan knippen” zeggen ze dan. Of ze knippen tijdens een wee “want dan voel je het niet” en schreeuwt het uit van de pijn die je duidelijk wel degelijk voelt. Na de bevalling zetten ze een aantal spuiten in je benen zonder echt duidelijk te zeggen waar ze voor zijn, of te vragen of je dat wil, en niet lang daarna gaat iedereen weg. Je partner gaat telefoontjes plegen en jij ligt daar met je baby op je borst. Je voelt het bloed en de stolsel uit je gehavende poes komen en wilt niet anders doen dan huilen.

De eerste nacht slaap je niet. De adrenaline baant zich nog steeds een weg door je lijf en je wilt geen seconde missen van je kindje. Je kleine baby, die iedere keer als hij niet bij je ligt begint te huilen. Je kan het niet over je hart verkrijgen hem in zijn eigen bedje te leggen. Bang dat er iets gebeurd blijf je de eerste paar nachten over hem waken.
De kraamhulp snapt je niet. Ze doet het kindje in bad, terwijl jij dat graag had willen doen, niet enkel mee kijken. Ze leert je half half hoe je borstvoeding moet geven, iets wat je heel graag wilde doen, maar totaal niet lukt. Ze is bezig met het huishouden terwijl jij in je bed ligt te creperen van de pijn. Je hechtingen trekken, of zijn zelfs ontstoken je gaat in een badje met soda zitten. Voorzichtig kijk je eens met spiegeltje en moet huilen van de ravage die zich daar afspeelt. Vol afgrijzen leg het spiegeltje weer weg.
Iedereen wilt komen kijken terwijl jij het liefste die eerste week echt wilt bijkomen. Bezoek is iets wat later wel kan komen. Helaas snapt je partner dat niet en nodigt iedereen uit. Mensen staan zomaar op de stoep en bij het vertellen dat je eigenlijk te moe bent dringen ze zich toch naar binnen onder het mom van niet lang willen blijven. Niemand in je kasten willende geef je ze uit beleefdheid maar koffie en beschuit, je weet als je niet doet krijg je het terug te horen. “We mochten niet eens naar binnen!” “We kregen niet eens koffie of beschuit”. Dat is dan altijd net als je partner aan het douchen is en als de kraamzorg net weg is. Je baby huilt en je geeft aan dat je moet voeden. Iets wat al niet goed lukt en waar je de blaren van op je tepel hebt staan. “Oh het stoort mij niet hoor” Krijg je terug. Bij het zeggen dat je het toch echt liever alleen doet krijg je een verontwaardigde blik en gaan mensen beledigd weg.

Na de eerste twee kraamweken wil je eigenlijk weer eens een routine in je leven gaan brengen. Je nachten zijn gebroken en tijdens de dutjes van je baby probeer je war in het huishouden te doen. Tussendoor komt er af en aan kraambezoek die je kleine spruit willen bewonderen (en aanraken). Sommige komen onverwachts, sommige komen veel te laat of veel te vroeg. Je zegt er iets van, maar krijg alleen terug dat je last hebt van je hormonen en je niet zo aan moet stellen. Mensen worden zelfs boos op je. Je bent onredelijk en niet mee te praten op dit moment. Je slaapt bijna niet meer en als je slaapt lig je half te waken of je je baby niet hoort en de rest van de tijd droom je over je bevalling. Je krijgt het niet helemaal verwerkt. Nachten lang huil je. Je huilt om je zwangerschap die niet verliep hoe je dat voor je gezien had, je huilt om je bevalling, hoeveel pijn dat het allemaal deed, hoe ongevoelig mensen waren voor jouw pijn en verdriet. Je knuffelt je kindje hard en beloofd hem dat je er alles aan zou doen om hem te beschermen.
Tijdens bezoek geef je je kindje niet graag af. Bij de eerste kik neem je hem al terug en het liefst zou je helemaal geen bezoek meer krijgen. Ze snappen het toch niet allemaal. “Je hormonen maken je onredelijk.” Je kan er helemaal niet meer tegen en wilt er iets aan gaan doen.
Jij voelde het al langer aankomen, maar gaat naar de huisarts. “Je hebt een postnatale depressie”

Hoewel hormonen slechts een klein deel zijn van de oorzaak van een postnatale depressie blijven mensen hier vaak op vasthangen. In sommige gevallen wordt het zelfs een klein afschuifmiddel. Ze kijken niet meer naar waarom jij zo reageerde, of dat de fout bij hun lag, nee. Jij hebt een postnatale depressie dus daar ligt het dan aan.
Toch zijn de oorzaken van een PND veel omvangrijker dan hormonen alleen. Hoe je je voelt, hoe veel je slaapt, je lichamelijk staat, maar zeker ook sociale verwachtingen zijn net zo’n grote boosdoeners. Je hormonen zorgen er enkel voor dat al het gevoel wordt versterkt. Ik zeg altijd tegen mijzelf dat een goede kraamhulp geen pnd kan voorkomen, maar een slechte er wel aan kan meehelpen een te krijgen. Kijken naar de kraamvrouw is niet voldoende, soms moet er ook gekeken worden naar de omgeving.
Druk van ouders, broers en zussen, vrienden en overige familieleden spelen zeker een grote rol.
Hoe heb jij je bevalling beleefd, was het wat jij je voorstelde of zijn er dingen gebeurd die je helemaal niet wilde? Een bevalling kan zeer traumatisch zijn. Ik weet er zelf alles van. Er wordt alleen zo weinig over gepraat. Het wordt weggewuifd. Een bevalling doet pijn en is niet leuk, maar met deze mindset ondermijn je het gevoel van de kraamvrouw en wordt het ook gewoon nooit beter. Een traumatische bevalling kan zeker lijden tot een PND. Je hebt een hele nare ervaring gehad die je niet verwerkt krijgt en je wilt je kindje daarvan beschermen. Nog erger is als je je kindje er de schuld van geeft. Zonder je kindje was het allemaal nooit gebeurd. Dat is wat er gebeurd als vrouwen niet omkijken naar hun kindje. Vaak krijgen ze dan de wind van voren door de maatschappij ook nog.

Wat is dan de oorzaak van een PND? Het is een combinatie van. Een combinatie van slecht slapen, slechte ervaringen en hormonen, maar zeker ook door sociale druk en opmerkingen die gemaakt worden tegen de zwangere, bevallende of kraamvrouw. Toch wordt dit laatste het minste uitgesproken. Het is immers makkelijker de schuld af te schuiven dan te denken dat je zelf je ook gewoon niet netjes hebt gedragen. Bovenstaand verhaal is een combinatie van mijn eigen 4 bevallingen. Ik heb de Hij vorm gebruikt als uniform iets, niet om aan te duiden dat dit de bevalling of kraamweek van Link was, maar ook deze zit er zeker bij.

Zit je momenteel, net als ik, in een postnatale depressie of herken je je in bovenstaand verhaal, dan raad ik je aan hulp te zoeken. Het belangrijkste om te weten is, dit is niet jouw schuld. Dit ligt niet aan jou, en ook niet enkel aan je hormonen (als dat zo was spoten ze er wel wat andere hormonen in en was je er van af). Praat met mensen. Het helpt!

Het gras lijkt altijd groener, met een insta-filter

Vroeger zeiden ze altijd dat het gras altijd groener lijkt aan de overkant, tegenwoordig meten we ons niet meer met de buren, maar met de rest van de wereld. Thank you social media. Doe ik trouwens ook gewoon aan mee. Ik denk soms van niet, of zeg soms van niet, maar iedere like op een foto is er een waar ik toch blij van wordt.

We kiezen allemaal de leukste foto’s uit waar we het best op uit zien. Niet die in de ochtend waarbij de make-up nog half over je ooglid uitgesmeerd zit waarbij je met veel te kleine oogjes aan je koffie zit te drinken. Je uitgezakte tieten in je mooie oma nachtjapon van de C&A of zeeman lijken soms te vallen op je nog-te-scheren oerwoud wat met benen noemt en de out of bed look die je soms creëert ziet er toch heel anders dan de werkelijke tornado van haar op je hoofd. Dat zijn de dingen die we niet gaan delen. Nu trouwens ook niet, mocht ik die verwachting hebben geschept. Nee nee, een mooie foto, vanuit de altijd zelfde hoek waarbij ik maar een kin (ok anderhalf) ipv drie. Dan nog een filtertje erop en hopen op likes en misschien wel een volger of twee.

Het volgen van mensen is een tweede puntje. Je zoekt natuurlijk de accounts met de leukste foto’s die de leukste dingen doen. Het lijkt allemaal zo leuk (hetzelfde geld op facebook groepen) om te zien. Dan komt die onzekerheid langzaam aan het hoekje om gekropen. Zo’n klein stemmetje wat dan gaat fluisteren is dat hoe het hoort? Ik denk dat dit ook deels mijn probleem is geweest (en nog is hoor). Toen ik zwanger was zag ik veel shoots voorbij komen. Vrouwen met super mooie kleden in de branding van het strand. Hun handen om hun mooi ronde buik met vaak hun partner achter hun die hun vast hield. Dat was soms best pijnlijk om te zien. Dan miste ik niet alleen Yorick, maar ik wilde dat ook. Ik wilde zo gelukkig zijn als die dames op die foto’s en onbewust dacht ik dat je dat alleen kon zijn als je net zo was. Als je die dingen deed was je blij. Dit is uiteraard gewoon onzin, maar hormonen en een slecht zelfbeeld laten je rare dingen denken.

Pas lagen we op bed. Yorick, Link en ik. Hij lag lekker tussen ons in te slapen en ik fluisterde naar Yorick dat ik van hem hield. Hij gaf een hele grote smile en fluisterde het terug. Geen foto’s of filmpjes of wat dan ook. Gewoon puur ons momentje. Ik besefte toen pas dat dit is wat wij allebei voor ogen hadden toen we zeiden dat we een kindje wilde. Gewoon met zijn drieën even op bed liggen. Volkomen in rust en gewoon even gelukkig. Die momentjes hebben we trouwens wel al vaker gehad, en iedere keer sta ik er even bij stil hoe mooi ze zijn. Met de meisjes trouwens ook hoor.

Toch bekroop me die avond ook een schuldgevoel. Dit is niet alleen hoe ik het voor ogen had, maar wij samen. Hij zat er ook niet op te wachten dat ik mentaal helemaal zou instorten. Hij wilde ook gewoon genieten, net zo goed als dat ik dat wilde, en dat was voor hem ook niet altijd mogelijk. Hij moest de hele zwangerschap ook maar vanaf een skype schermpje bekijken. Laatst hadden we het daarover, hij miste ons ook gewoon, net zoals wij hem miste. Ik vergeet dat nog wel eens. Ik denk meerdere thuisfronters. Het is dan wel je werk, maar je bent ook gewoon liever thuis.

Toen ik begon met Instagram vond ik het leuk om dingen te delen. Nog steeds hoor. Maar het was ook gewoon even stil staan in het moment. Hoe leuk dat wel niet was. Hoewel die momentjes erg sporadisch zijn (baby’s zijn schattig, maar ze kunnen ook krijsen, poepen, slapen en nog veel meer) is het goed om er eventjes bij stil te blijven staan. Ik betrapte me er gisteren namelijk op dat ik een beetje teleurgesteld was in het aantal likes van een aantal foto’s. Iets wat eigenlijk niet zou moeten uitmaken. Een like krijgen is leuk, 20 is leuker en 40 vind ik ongekend veel. Dat zoveel mensen iets van leuk vinden verbaast mij elke keer. Dat is dan ook het gevoel wat ik wil blijven vast houden. Niet zomaar gaan posten omdat ik denk dat anderen dit leuk zouden vinden, maar gewoon omdat ik het wil delen. Omdat ik blij werd van een recept dat is gelukt, of dat ik trots ben op mijn kinderen of vriendje. Gewoon dingen waar ik blij van wordt.

Doen andere ook hoor. Die lopen ook niet 24/7 met hun bolle buikje over het strand. Dat zijn maar momentjes. Ieder huisje heeft toch echt zijn eigen kruisje. Niet gaan meten aan wat mensen laten zien. Of het nu de buren zijn, of op social media. Gewoon blijven doen waar jij gelukkig van wordt.

Zo zien jullie bij mij foto’s van mij, mijn kinderen, mijn aankopen, plantjes, mijn bulletjournal of scrapbooking, een regenboog, of gewoon random dingetjes. Wat zie ik bij jullie? Waar worden jullie nu echt gelukkig van?