Categorie archief: Over mij

14 jaar mama

14 jaar geleden werd ik voor de eerste mama. Na een zware zwangerschap en een bevalling waar ik niet geheel zonder scheuren (of totaalruptuur) uit kwam was ze daar dan. Mijn wondertje dat ik Joni noemde. Genoemd naar Joni Mitchell, gewoon omdat ik de naam leuk vond na hem gehoord te hebben in Love actually. Haar tweede naam Mathilda (naar mijn oma) werd afgewezen door haar vader, maar in mijn gedachtes hoort die er nog steeds gewoon bij.

Ik was 22 toen ik voor de eerste keer moeder werd. Veel te jong en veel te onbezonnen. Ik wilde reizen, op stap gaan en was mijn wilde haren nog lang niet kwijt. Toch moest ik ineens voor dit kleine bundeltje gaan zorgen. Een verandering waar ik best lang de nodige inwendige struggles mee heb gehad. Haar vader en ik woonde nog niet heel lang samen. Het bracht een druk met zich op de relatie. Mijn leven was in een slag compleet op zijn kop gezet, iets wat hij niet hoefde te doen. Beide te jong, te onervaren en met compleet tegenoverstaande ideeën over hoe wij ons nieuwe gezin vorm zouden geven. Na nog geen jaar gingen wij dan ook uit elkaar. Het precieze hoe en wat ga ik hier niet vertellen. Dat heeft geen enkele toevoeging. Ieder verhaal heeft 2 kanten en hebben we beide die tijd verschillend ervaren. We verschilde gewoon te veel. Wellicht zonder kind was dit uiteindelijk ook gebeurd, maar goed, we hadden nu eenmaal een dochter.

Ze was een baby die niet hield van slapen. Het duurde 2 maanden voordat ze door had dat de nacht tijd was om te slapen. Nacht na nacht lag ik met haar op de bank. Ze was enkel stil als ik haar vast hield en huilde als ik haar neer legde. Na een aantal maanden kwam daar gelukkig wel verandering in. Na mijn bevalling moest ik lang herstellen. Ik had een totaalruptuur waarbij ik van gaatje tot gaatje was ingescheurd en zelfs mijn baarmoeder moest worden gehecht na de bevalling. Ik moest onder narcose worden gehecht en had maar liefst 36 hechtingen in mijn onderkant. Iets waar ik jaren last van heb gehad (tot de bevalling van Zoey zelfs). De veranderingen die uit het niets kwamen, de bevalling, de onderlinge strijd met mijn vriend, het zorgde allemaal voor een postnatale depressie. Ik was niet gelukkig en voelde me eenzaam en alleen. Ik at slecht en soms dagen niet, gewoon omdat ik dacht dat dit het enigste was waar ik nog enigszins controle over had. Tijdens de zwangerschap was ik 25 Kilo aangekomen en de maanden erna zijn er maar liefst 30 Kilo vanaf gegaan.

Nadat we uit elkaar zijn gegaan woonde Joni en ik een tijdje bij mijn moeder. Met zijn twee voelde ik mij voor het eerst sinds lange tijd gelukkig. Ik ging vaak met haar naar het park wat ze geweldig vond en we knuffelde veel met zijn twee. Voordat ik Joni kreeg zat ik ontzettend met mijzelf in de knoei. Ik dronk veel te veel, had geen plan en ik denk dat als ik niet zwanger was geweest het ook nooit had gered. In de tijd bij mijn moeder kreeg ik weer hoop. Zij heeft mij gered, daar ben ik van overtuigt.

Joni was een vrolijk kind. Ze babbelde wat af. Hele verhalen tegen alles en iedereen. Altijd van die grappige uitspraken waar we met zijn allen dubbel om lagen. Haar zusjes Zoey en Lily vond ze interessant, maar was toch liever in haar eigen wereldje aan het spelen. Lezen en voorgelezen worden waren een van haar lievelingsbezigheden. Net als puzzels maken. Ze kon zo makkelijk allerlei lastige puzzels maken. Na het een keer gedaan te hebben kon ze ze makkelijk nogmaals doen zonder na te hoeven denken. Liedjes zingen voor de camera en aandacht krijgen vond ze ook helemaal leuk. Tegen haar verlies kon ze niet, en ook dat staat nog op camera. Zeuren als ze haar zin niet kreeg (tegen beter weten in) was een slechte eigenschap die eigenlijk nooit is overgegaan. Ze was vrolijk toen ze klein was en ging graag bij andere kinderen spelen. De BSO vond ze maar niks, ze wilde veel liever met haar vriendjes en vriendinnetjes afspreken en nam mij dat soms ook wel kwalijk.

Verhuizen van een dorp naar een andere stad vond ze in eerste instantie wel moeilijk. Een nieuwe basisschool, een nieuwe klas en een nieuwe BSO, maar ook hier maakte ze gemakkelijk vriendinnetjes. Met 2 vriendinnen van de basisschool heeft ze zelfs nu nog steeds contact (lang leve whatsapp) en gaat ze nog regelmatig mee afspreken.

bij haar vader kreeg ze 2 broertjes erbij die ze op haar handen draagt. Ze had het eerst nergens anders over en voelde zich echt een grote zus. Naarmate zij groter werden, vond zij ze ook wel weer lastig worden. Soms jaloers, want ja, zij was maar om het weekend bij haar vader en haar broertjes altijd. Toch is ze ook hier aan gewend geraakt en heeft ze er nu meer vrede mee.

Toen ze rond de 10 a 11 jaar was begon ze te pre-puberen. Zeuren en klagen waren haar gewoonte geworden. Lastig om mee om te gaan. Zeker toen zij 12 werd en ik zwanger was. Als twee hormoonbommen stonden we soms tegenover elkaar. Dit maakte mijn zwangerschap lastig, hoewel die al lastig en zwaar was door andere dingen, en groeide we een beetje uit elkaar.

De geboorte van haar broertje Link vond ze wel weer heel leuk. Het leek haar niets te doen, maar met trots hield ze hem vast en vertelde ze iedereen erover. Ook het zusje wat ze nog bij haar vader kreeg adoreert ze. met 3 zusjes en 3 broertjes vind ze het soms lastig om rust te vinden en de aandacht te krijgen die nodig heeft. Dit resulteerde het afgelopen jaar in toch wel verontrustend gedrag wat mij behoorlijk was mama stress heeft bezorgt. (Wat precies ga ik niet uitleggen).

Nu is al 14. Een echte puber die het liefste de hele dag op de bank rond hangt met een boek in haar hand (Harry Potter momenteel), televisie kijkt, sims speelt of op haar mobieltje zit. Frisse lucht is niet essentieel en haar kamer ruikt dan ook echt naar puber. Ze is druk bezig haar eigen IK te vinden en ik vind het magisch dat ik hier deel van mag uitmaken. Van de strijd tijden de zwangerschap is niet veel meer over en we hebben die speciale band weer die je alleen met je oudste kind kunt hebben.

Ik weet nog zo goed hoe ik die stick vasthield zo veel jaar geleden, de keuze waar ik toen voor stond en ben er nog steeds van overtuigt dat het de juiste was. Ik hou van jou Joni, meer dan alle sterren in de hemel en elke dag een sterretje meer.

Take 3

3 maal is scheepsrecht, toch? Misschien wel, het is even afwachten. Na de eerste psycholoog die ik vorig jaar had, de lange wachttijd, de tweede psycholoog met vele vragenlijstjes en de doorverwijzing ben ik dan nu aangekomen bij psycholoog nummer 3. Uiteraard de praktijkondersteuners en vorige behandelingen niet meerekenend. Er werd mij verteld dat ik hier mijn bi-polaire stoornis zou kunnen gaan stabiliseren. Ik werd gebeld en er werd een afspraak van een uur ingepland. Vol goede moed en hoop op betere medicatie ging ik er wandelend heen. (Het was 15 minuutjes lopen en in de zomerzon was dat niet heel erg om te doen. Muziekje aan en lekker lopen tussen de bomen).

Ik kwam aan en was de naam van mijn psycholoog vergeten. EN de agenda lag ook nog thuis op de tafel uiteraard. Geen probleem, ze zochten het op. Ik kwam aan bij de deur, er moest worden gebeld via de speaker, wat betekende dat iedereen die samen met mij stond te wachten alles kon meekrijgen. Lekker privacy gevoelig, maar wel veilig voor Corona. Ik ging bij de rest staan in de provisorische wachtruimte buiten. Om 5 over een kwamen een aantal mensen terug van hun lunchwandeling. Ik heb daar dan direct een mening over. Geen wonder dat afspraken altijd uitlopen. Mensen werden naar binnen geroepen. Iedereen moest zich aanmelden en alles liep door elkaar. Een man werd lichtelijk gefrustreerd en liet dat merken. Mens, stel je niet zo aan, dacht ik. Je kunt wat boos worden op de receptioniste, zij doet ook alleen maar haar werk. Zij verzinnen de maatregelen niet en moeten zich er ook maar aan houden. Ja de speaker buiten is niet ideaal, maar het is nu even niet anders. Je boos maken en opwinden erover helpt helemaal niets.

Ik werd opgehaald door mijn psychologe en samen liepen we het gebouw door. Trap op, gang door, trap af, allemaal eenrichtingsverkeer. Ik kwam haar kamer in en het gesprek begon. Zij had wel de doorverwijzing van psycholoog nr 1 gekregen (wat psychologe nr 2 niet had gekregen), maar niet die van nr 2 wat mij daadwerkelijk doorgestuurd had. Ze startte haar computer op en ging op zoek. Inderdaad, er miste een aantal stukken. Ze ging ze direct printen en ik mocht een vragenlijstje invullen. Toen ze terug kwam moest ze nog haar schrijfblok gaan zoeken. “Dit zal wel heel chaotisch overkomen” zei ze. Ik antwoordde dat dit eigenlijk overal op deze manier gaat en haalde mijn schouders op. Ze schrok een beetje van mijn antwoord. Normaal was ze toch beter voorbereid. Ja, dat zeggen ze allemaal dan op dat moment, en dan net bij mij zijn ze het iedere keer niet. Dan gaat er weer iets fout met de afspraak, de doorverwijzing, de brieven en moeten ze nog van alles zoeken. Ik ben er inmiddels zo aan gewend dat ik het mij niet eens meer zo aantrek. Iets wat ik voorheen wel altijd deed. Dan voelde ik mij alsof ik niet goed genoeg was. Alsof ik het niet waard was om alles voor in orde te hebben. Een vreemde en ook deprimerende gedachtegang. Maar die dag had ik deze gedachte niet. Ik zat in mijn neutrale veilige zone. Geen up, geen down, lekker neutraal waar niets mij iets kan aandoen.

Ze begon met het uitleggen van de intake. Nu was er eerst een eerste gesprek, daarna volgde een tweede gesprek, een gesprek met een psychiater en een gesprek met een van mijn naaste familieleden die mijn ups en downs wat beter kan herkennen en beschrijven. Dan volgt de daadwerkelijk diagnose. Vond ik vreemd. Er werd vermoed dat je een bi-polaire stoornis hebt, zei ze. “Dat is geen vermoedde, dat is een feit. Dat is al vastgesteld toen ik 15 was” Antwoordde ik. Alweer iemand die niets weet, dacht ik. Ze ging door haar papieren snuffelen, maar kon niets vinden wat de daadwerkelijk diagnose bevestigde. De intake is noodzakelijk, het zijn wettelijke stappen die gezet moeten worden om de diagnose officieel te mogen bevestigen zei ze. Ik ging er maar in mee. De uitkomst weet ik al, dus wat maakt het nog uit.

Ze ging de vragenlijst erbij nemen die ik zojuist had aangekruist en ons gesprek begon. Iedere vraag en ieder antwoord werd helemaal uitgeplozen. Alles moest worden verteld en mijn uurtje veranderde ineens in 2 uur. Hoeveel slaap je normaal, en als je in de dip zit, en als je in de verhoogde staat zit, en zonder medicatie? Slaap je door, wordt je vaak wakker, slaap je dan direct weer in, heb je nachtmerries, waar gaan die over. En zo praat je al een kwartier vol over enkel slaap. Mijn traumatische ervaringen werden gevraagd en ik heb ze zo goed en slecht ik kon beantwoord. Bij een had ik de tranen in mijn ogen toen ik haar vragen beantwoordde. Neem maar even je tijd, zei ze vol compassie. Ik zag dat haar ogen ook niet helemaal droog bleven. Iets wat mij eigenlijk veel vertrouwen gaf in mijn nieuwe psychologe. Iemand die echt haar hele hart en ziel geeft aan haar patiënten. Ik voelde direct een band vormen, iets wat ik niet vaak heb.

Aan het eind van het gesprek kreeg ik huiswerk mee. De laatste 6 in kaart brengen. De ups en downs. Er zou dan een soort patroon kunnen ontstaan wellicht. Uiteraard kan ik mij niet iedere dag van laatste 6 jaar herinneren, maar bepaalde dag wellicht zei ze. Kerst, verjaardagen, vakanties, die dingen weet je vaak wel nog. Ik vertelde haar dat ik het gesprek prettig had gevonden en toen kwam er iets verrassend uit mijn mond. Ik vertelde haar dat als ik geen zin had, geen connectie voelde of wat dan ook ik vaak begon te liegen over hoe het gaat. Ik weet niet waarom ik het zei. Het was ook echt een waarschuwing. Ik lieg dan vaak. Hoe gaat het met je, hoe was het afgelopen week, die dingen allemaal. Soms wil ik helemaal niet vertellen hoe het was gegaan. Dan lieg ik dus. Dan ga ik antwoordden beïnvloeden en dergelijke. Je moet dan van goede huize komen wil je daar doorheen prikken als psychologe zijnde. Soms was het ook een test, om te kijken of ze erdoor zouden prikken. Of ze het wel of niet zouden zien. Tot nu toe niet, ja behalve mijn huisarts, die is zo kundig zij doorziet dat direct.

Maar goed. Dat was mijn eerste gesprek. Het begon chaotisch en eindigde heel vertrouwelijk. Nu op naar de volgende, de intake afmaken, de diagnose officieel stellen en dan eindelijk beginnen aan de stabilisatie van de emotionele achtbaan waar ik al zo lang in vast zit. En dan? En dan kunnen we die put opentrekken met al die traumatische ervaringen en dat eens goed aanpakken. Want zoals het ging, zo gaat het niet meer….

PTSS

Oftewel een Posttraumatische stressstoornis. Een van de plakkertjes die ik op mij heb plakken. PTSS krijg je, of ervaar je, als je een traumatische ervaring hebt meegemaakt. Een traumtische ervaring kan in vele vormen voorkomen. Je kunt hierbij denken aan seksueel of lichamelijk geweld, emotioneel geweld, maar ook een overval, een ongeval, een ernstige ziekte of andere ingrijpende gebeurtenissen kunnen ptss veroorzaken. Het is vooraf niet te bepalen of een gebeurtenis dit zal gaan veroorzaken, voorkomen is dan ook niet mogelijk. Ptss is vooral bekend bij militairen die lang in een oorlogsgebied hebben gezeten, daar dingen hebben meegemaakt, gezien hebben of de constante aandacht voor waakzaamheid die de ptss triggeren.

Een traumatische ervaring is een belevenis die zich constant aan je opdringt zonder dat je daarom gevraagd hebt. Er zijn triggers die je kunt proberen te voorkomen, andere keren komt het gewoon ineens over je heen. Net zoals je bij foto’s, liedjes en zelfs geuren prettige herinneringen kunt hebben, kan dit dus ook zo met hele nare gebeurtenissen. Het hele gevoel komt dan weer over je heen, hetzelfde gevoel dat je toen ook had. Je kunt het herbeleven (bijvoorbeeld in een droom, maar ook door een opgeroepen herinnering) en je komt er maar niet van af. Het laat een gevoel van machteloosheid, woede, verdriet en pijn achter zich wat zorgt voor zwaar depressieve gevoelens.

Als je meerdere traumatische ervaringen hebt kunnen deze dus ook door elkaar komen. Je ervaart meerdere herinneringen op een dag en dromen lopen door elkaar heen. Soms kun je ze afsluiten en er jaren geen last van hebben, ze volledig weggestopt hebbende in je onderbewustzijn, ze kunnen ten alle tijden weer terug komen. Vaak bij een nieuwe traumatische ervaring komen de oudere ervaringen ook weer voorbij.

Zelf heb ik meerdere traumatische ervaringen gehad. Ik ga ze niet allemaal opnoemen of benoemen, dat roept een hele reeks aan herinneringen op die ik liever nu niet ga herbeleven. De meest recente was de bevalling van Link. Ik praat hier dan ook niet graag over. Het liefste stop ik hem helemaal weg. Helaas lukt dat niet. Regelmatig komt deze nog voorbij. Het zorgt ervoor dat ik geen onderzoek kan laten doen bij een gynaecoloog, of de huisarts of ook maak een bevalling op de televisie kan kijken. Eens per maand, (als het jeweetwel is), krijg is flashbacks. Een paar dagen lang. De hevige buikpijn, het bloedden en alles eromheen geeft mij vaak een herbeleving van de bevalling. Een week ervoor kijk ik er dan ook al tegenop. Behalve de maandelijkse dosis hormonen die je krijgt, komt dit er ook nog eens bij.

Is er een therapie? Ja die is er. Hij heet EMDR, wat staat voor Eye Movement Desensitization and Reprocessing. Hierbij roep je de nare gebeurtenis op uit je lange termijn geheugen waardoor deze in het kortetermijn- ( ook wel werk-) geheugen. Door snelle bewegingen te volgen en tegelijkertijd na te denken over de gebeurtenis overbelast je je werkgeheugen. Hierdoor gaan nare gevoelens en emoties weg bij de gebeurtenis om alles te kunnen blijven volgen. Een vrij natuurlijk proces in je hersenen dus. Na de sessie word de herinnering terug opgeslagen zonder nare emoties. Je kunt zelfs de beleving op een andere manier gaan bekijken. Je schuldgevoelens zouden dan weg gaan en de somberheid zou moeten afnemen.

Zelf heb ik nog geen ervaring met deze therapie. Van meerdere mensen wel echt succes verhalen gehoord, maar toch ben ik er skeptisch over. Na jaren en jaren van woede en verdriet over dingen die zijn aangedaan vraag ik mij af of je dat echt op deze manier van je af kunt zetten. Stel je hebt een seksuele ervaring, je weet dat het niet jou schuld is (is het nooit!), maar die woede en dat gevoel van niets waard zijn. Het waarom je dit is aangedaan. Is het een slecht persoon, of lag het toch aan jou? Niet dat je het uitlokte, maar omdat je niet volwaardig genoeg was om het jou niet aan te doen. Dat zijn gedachtes die bij mij dan omhoog komen. Kun je die gedachtes dan ook echt omdraaien?

Hoe je het ook wendt of keert PTSS is geen grapje. Het is een serieuze aandoening. Hoe klein de ervaring ook voor jou leek ( Het was een hondenbeet, het was maar een kleine botsing, het was maar een bevalling) het is een zeer serieus probleem. Dingen achter je laten, vergeten of van je af zetten is dan ook niet mogelijk. Het is nu eenmaal zo opgeslagen in je hersenen. Die kunnen er niet mee omgaan en gooien de gebeurtenis steeds naar je terug. Zo beleef je het niet eenmaal, maar wel honderden keren.

Dus de volgende keer dat iemand je iets verteld wat zei naar vonden, dan ga je luisteren. Het helpt diegene echt enorm.

De hormonen voorbij

Je bent zwanger en alle hormonen gieren door je lijf. Je hebt het lichamelijk zwaar en het is vaak toch heel anders dan je je had voorgesteld. Het liefste wilde je gewoon in bed liggen met je benen omhoog tegen het vocht. De kleinste beweging geeft al een harde buik en je ziet het allemaal niet meer zitten. Je slaapt niet door rug, been of bekkenpijn en hebt bij een glas melk nog zuuraanvallen. “jij koos hiervoor” verteld je iemand. “Je bent zwanger, niet ziek.” zegt een ander. “Stel je niet zo aan, ik zou het graag allemaal overnemen. Je moet blij zijn dat je kinderen kunt krijgen.” Zegt een derde. Het spookt allemaal door je hoofd, iedere nacht maar weer tijdens die vele lange slapeloze nachten. Je wilt zo graag je hele huis poetsen. Mijmerend al die babykleertjes strijken nadat je ze heerlijk dagdromend op het droogrek hebt gehangen, maar ook dat lukt niet. Heel frustrerend moet je je partner vragen om het doen. Die doet het heel anders dan jij in gedachte had, dag dagdroom. Andere blijven zich opdringen om te helpen, maar je wilt helemaal geen hulp. Je wilt het gewoon zelf doen. Je had een heel plan voor je, een hele droom hoe deze zwangerschap eruit ging zien en er niets van gekomen. Je mag er niet een verdrietig of boos om zijn. Dan stel je je aan, of moet je niet zo aan je hormonen toegeven.

Tijdens de zwangerschap moet je ook een plan maken voor je bevalling. Die enge bevalling waar je zo tegenop kijkt. Je wilt heel graag die nare zwangerschap achter je laten en je kindje in je armen houden, maar die bevalling. Die komt er eerst nog aan. Je leest er van alles over, je vraagt om informatie en om ervaring. Dan krijg je vaak bij die hele ervaringsverhalen ook nog opdringerige dingen verteld die je allemaal wel of niet moet doen tijdens je bevalling. Op een gegeven moment weet je niet meer of je juist wel of geen pijnstilling wilt en al helemaal niet meer of je thuis of in het ziekenhuis wilt bevalling. Iedereen heeft een horrorverhaal wat ze graag delen “Tja, je kunt maar beter weten dat dit ook kan gebeuren” en een mening die graag opdringen “Ik vind pijnstillers echt onzin, zoveel pijn doet het helemaal niet”. Je kijkt nu niet meer enkel tegen de bevalling op, maar bent er zelfs een beetje bang voor. Daarnaast zit je vol met sociale verwachtingen die een behoorlijke druk op je leggen. “Ach stel je niet zo aan, hij moet er toch uit. Er is er nog nooit eentje blijven zitten. Het zijn je hormonen maar.”

Het is midden in de nacht. Je hebt het warm, kan geen houding vinden en absoluut niet slapen. Dan voel je het opeens. Een wee. Je bent meteen nog wakkerder en gaat aan je buik voelen. Zo stil mogelijk liggend probeer je het op te merken. Een kwartiertje later krijg je er nog een. Yes, denk je, het begint. ZO krijg je er nog 5 of 6 over de komende twee uur en dan stopt het. Oh, oefenweeën. Vervelend, maar normaal. De komende twee weken gebeurd dit af en aan iedere dag en nacht. Soms zijn ze heviger en komen ze sneller, maar iedere keer weer ebben ze weer weg. Bij de controle bij je verloskundige vertel je erover. Ze stellen voor je te strippen. Je gaat met billen bloot en benen wijd terwijl zij probeert in je te porren. Handen onder je billen, tanden op elkaar. “Je hebt nog een te lange baarmoedermond”. Teleurgesteld lig je de rest van de dag op de bank met harde buiken en voorweeën tot en met. “Het gebeurt toch echt pas als het gebeurt.” Hoor je dan. Ondertussen ben je lichamelijk en emotioneel helemaal uitgeput.

Tot die nacht dat het dan eindelijk begint. Je bevalling. Je partner (die veel te laks reageert op alles) geef je even op zijn donder, pakt je nette vooraf ingepakte vluchtkoffertje en gaat richting ziekenhuis. Ook al wilde niet vaak getoucheerd worden, hup die onderbroek uit, benen wijd, vuisten onder je billen en dan gaan ze. Je krijgt een wee en wilt het uitschreeuwen van de pijn. “Niet zo aanstellen hé mevrouwtje” Zegt de mannelijke gynaecoloog die net onder het mom van kijken hoever je al bent Je even flink mishandeld heeft van onder. De centimeters schieten niet op en je weeën zijn niet weg te puffen. Je vraagt om pijnstilling. Je verwachte dat je het ook direct zou krijgen. Ze zien toch hoeveel pijn je hebt. Ze doen moeilijk. Eerst een infuus met vocht prikken. En dat willen ze net doen iedere keer als jij een wee krijgt. Tot vijf keer toe tot jij je afvraagt of ze het er echt om doen. Ze gaan je vliezen breken, dat versnelt alles een beetje. Met een lange stok porren ze je baarmoeder in terwijl je daar schreeuwend ligt van de pijn. Je water breekt en in alle commotie moet je erbij plassen ook nog, iets waar ze dan een beetje boos om worden. Je ligt niet goed, maar moet nu eenmaal blijven liggen voor de zenders. Je voelt persdrang en geeft dit aan. Op hun elfendertigst gaan ze eens kijken. Niets ligt klaar en je persen gaat zo snel dat je van voor tot achter helemaal uitscheurt. “Ik wilde net gaan knippen” zeggen ze dan. Of ze knippen tijdens een wee “want dan voel je het niet” en schreeuwt het uit van de pijn die je duidelijk wel degelijk voelt. Na de bevalling zetten ze een aantal spuiten in je benen zonder echt duidelijk te zeggen waar ze voor zijn, of te vragen of je dat wil, en niet lang daarna gaat iedereen weg. Je partner gaat telefoontjes plegen en jij ligt daar met je baby op je borst. Je voelt het bloed en de stolsel uit je gehavende poes komen en wilt niet anders doen dan huilen.

De eerste nacht slaap je niet. De adrenaline baant zich nog steeds een weg door je lijf en je wilt geen seconde missen van je kindje. Je kleine baby, die iedere keer als hij niet bij je ligt begint te huilen. Je kan het niet over je hart verkrijgen hem in zijn eigen bedje te leggen. Bang dat er iets gebeurd blijf je de eerste paar nachten over hem waken.
De kraamhulp snapt je niet. Ze doet het kindje in bad, terwijl jij dat graag had willen doen, niet enkel mee kijken. Ze leert je half half hoe je borstvoeding moet geven, iets wat je heel graag wilde doen, maar totaal niet lukt. Ze is bezig met het huishouden terwijl jij in je bed ligt te creperen van de pijn. Je hechtingen trekken, of zijn zelfs ontstoken je gaat in een badje met soda zitten. Voorzichtig kijk je eens met spiegeltje en moet huilen van de ravage die zich daar afspeelt. Vol afgrijzen leg het spiegeltje weer weg.
Iedereen wilt komen kijken terwijl jij het liefste die eerste week echt wilt bijkomen. Bezoek is iets wat later wel kan komen. Helaas snapt je partner dat niet en nodigt iedereen uit. Mensen staan zomaar op de stoep en bij het vertellen dat je eigenlijk te moe bent dringen ze zich toch naar binnen onder het mom van niet lang willen blijven. Niemand in je kasten willende geef je ze uit beleefdheid maar koffie en beschuit, je weet als je niet doet krijg je het terug te horen. “We mochten niet eens naar binnen!” “We kregen niet eens koffie of beschuit”. Dat is dan altijd net als je partner aan het douchen is en als de kraamzorg net weg is. Je baby huilt en je geeft aan dat je moet voeden. Iets wat al niet goed lukt en waar je de blaren van op je tepel hebt staan. “Oh het stoort mij niet hoor” Krijg je terug. Bij het zeggen dat je het toch echt liever alleen doet krijg je een verontwaardigde blik en gaan mensen beledigd weg.

Na de eerste twee kraamweken wil je eigenlijk weer eens een routine in je leven gaan brengen. Je nachten zijn gebroken en tijdens de dutjes van je baby probeer je war in het huishouden te doen. Tussendoor komt er af en aan kraambezoek die je kleine spruit willen bewonderen (en aanraken). Sommige komen onverwachts, sommige komen veel te laat of veel te vroeg. Je zegt er iets van, maar krijg alleen terug dat je last hebt van je hormonen en je niet zo aan moet stellen. Mensen worden zelfs boos op je. Je bent onredelijk en niet mee te praten op dit moment. Je slaapt bijna niet meer en als je slaapt lig je half te waken of je je baby niet hoort en de rest van de tijd droom je over je bevalling. Je krijgt het niet helemaal verwerkt. Nachten lang huil je. Je huilt om je zwangerschap die niet verliep hoe je dat voor je gezien had, je huilt om je bevalling, hoeveel pijn dat het allemaal deed, hoe ongevoelig mensen waren voor jouw pijn en verdriet. Je knuffelt je kindje hard en beloofd hem dat je er alles aan zou doen om hem te beschermen.
Tijdens bezoek geef je je kindje niet graag af. Bij de eerste kik neem je hem al terug en het liefst zou je helemaal geen bezoek meer krijgen. Ze snappen het toch niet allemaal. “Je hormonen maken je onredelijk.” Je kan er helemaal niet meer tegen en wilt er iets aan gaan doen.
Jij voelde het al langer aankomen, maar gaat naar de huisarts. “Je hebt een postnatale depressie”

Hoewel hormonen slechts een klein deel zijn van de oorzaak van een postnatale depressie blijven mensen hier vaak op vasthangen. In sommige gevallen wordt het zelfs een klein afschuifmiddel. Ze kijken niet meer naar waarom jij zo reageerde, of dat de fout bij hun lag, nee. Jij hebt een postnatale depressie dus daar ligt het dan aan.
Toch zijn de oorzaken van een PND veel omvangrijker dan hormonen alleen. Hoe je je voelt, hoe veel je slaapt, je lichamelijk staat, maar zeker ook sociale verwachtingen zijn net zo’n grote boosdoeners. Je hormonen zorgen er enkel voor dat al het gevoel wordt versterkt. Ik zeg altijd tegen mijzelf dat een goede kraamhulp geen pnd kan voorkomen, maar een slechte er wel aan kan meehelpen een te krijgen. Kijken naar de kraamvrouw is niet voldoende, soms moet er ook gekeken worden naar de omgeving.
Druk van ouders, broers en zussen, vrienden en overige familieleden spelen zeker een grote rol.
Hoe heb jij je bevalling beleefd, was het wat jij je voorstelde of zijn er dingen gebeurd die je helemaal niet wilde? Een bevalling kan zeer traumatisch zijn. Ik weet er zelf alles van. Er wordt alleen zo weinig over gepraat. Het wordt weggewuifd. Een bevalling doet pijn en is niet leuk, maar met deze mindset ondermijn je het gevoel van de kraamvrouw en wordt het ook gewoon nooit beter. Een traumatische bevalling kan zeker lijden tot een PND. Je hebt een hele nare ervaring gehad die je niet verwerkt krijgt en je wilt je kindje daarvan beschermen. Nog erger is als je je kindje er de schuld van geeft. Zonder je kindje was het allemaal nooit gebeurd. Dat is wat er gebeurd als vrouwen niet omkijken naar hun kindje. Vaak krijgen ze dan de wind van voren door de maatschappij ook nog.

Wat is dan de oorzaak van een PND? Het is een combinatie van. Een combinatie van slecht slapen, slechte ervaringen en hormonen, maar zeker ook door sociale druk en opmerkingen die gemaakt worden tegen de zwangere, bevallende of kraamvrouw. Toch wordt dit laatste het minste uitgesproken. Het is immers makkelijker de schuld af te schuiven dan te denken dat je zelf je ook gewoon niet netjes hebt gedragen. Bovenstaand verhaal is een combinatie van mijn eigen 4 bevallingen. Ik heb de Hij vorm gebruikt als uniform iets, niet om aan te duiden dat dit de bevalling of kraamweek van Link was, maar ook deze zit er zeker bij.

Zit je momenteel, net als ik, in een postnatale depressie of herken je je in bovenstaand verhaal, dan raad ik je aan hulp te zoeken. Het belangrijkste om te weten is, dit is niet jouw schuld. Dit ligt niet aan jou, en ook niet enkel aan je hormonen (als dat zo was spoten ze er wel wat andere hormonen in en was je er van af). Praat met mensen. Het helpt!

Take 2

Na lang wachten was het dan zover. Ik kon terecht bij de gespecialiseerde hulp. Mijn vorige psycholoog zou mij hiervoor doorverwijzen en ik zou maar 4 weekjes hoeven te wachten. Of zo dat zei hij in januari. In maart bleek de vork net iets anders in de steel te zitten en heeft de huisarts mij eind maart pas aangemeld. De wachttijd (die langer was dan 4 weken) ging dan ook toen pas in en ook de gegevens zijn niet van praktijk naar praktijk doorgestuurd. Soms vraag ik mij of ze wel weten wat er allemaal op het spel staat. Bij Corona krijg je direct een test en een behandeling. Bij een depressie kun je rustig anderhalf jaar wachten. Terwijl het toch echt een dodelijke ziekte is. Maar goed. Ik kon terecht bij de gespecialiseerd geestelijke gezondheidszorg.

Er volgde een intakegesprek. Ik kreeg allerlei papieren thuis gestuurd en moest een app downloaden en installeren op mijn telefoon. Ik houd daar niet zo van. Als die apps op mijn telefoon. Ik heb er dan ook vrij weinig op staan. Ik weet niet zo waarom. Doe het gewoon liever niet allemaal. Ben daar nogal vreemd in. Ik sleep liever wat winkelpasjes mee dan dat ik ze allemaal moet koppelen. De app heette GoodDay en je kan er vanalles mee. Op zich wel een handig ding. Je kan ingeven welke dag je hebt gehad en je kunt direct contact hebben met jouw behandelaar. Dit is voor de privacy van je psycholoog wel prettig. Je hebt een chat functie en kan chatten met de behandelaar waarmee je een connectie hebt. Andere kun je dus geen berichtjes sturen. Op zich is dit wel een goede functie. Mijn psychologe vroeg me enkele keren tussendoor hoe het met me ging op dat moment. Dat is wel fijn. Dan krijg je het gevoel te hebben dat iemand naar je om kijkt. Dat je net even meer bent dat de afspraak om een uur, of net nog even dat gesprek voor hij naar huis kan.

Via de app deden we een videogesprek voeren waarbij een kennismakingsgesprekje werd gevoerd. Ik had direct een goed gevoel bij mijn psychologe. Ik voelde me open naar haar toe en vertelde dan ook meer dan bij het vorige gesprek. Op zich had ik ook wel een goede dag die dag, dat helpt altijd mee. Sommige dingen wist ze wel al van de huisarts (dat ik niet over bevalling van Link wil praten bijvoorbeeld) en daar hield ze dan ook rekening mee. Heel prettig om niet gepusht te worden en al direct te janken bij iemand die je net kent.

Het tweede gesprek waren de vragenlijstjes. Dik anderhalf uur mocht ik ja of nee antwoorden met Yorick naast me. Yorick vond sommige vragen wel heel typisch mij passen en zag zelfs de dames af en toe erin. Lijken ze soms toch meer op mij dan we dachten. Vraag na vraag werd afgevuurd en soms moest ik zo vaak ja zeggen dat ik er niet meer zo hoopvol van werd. Iedere ja is een punt. Meer punten betekend in dit geval dat de “aandoening” heftiger is. Ook het terug denken. Zoals de jaartallen van traumatische ervaringen. Ja het zijn er meerdere en er zitten ook best heftige tussen. Dus die komen dan weer allemaal eventjes naar boven. Het liefste had ik op dat moment willen schreeuwen, willen huilen, het hele servies in de kast aan gort willen slaan. Toch bleef ik doorgaan. Het moet. Soms moet je jezelf dwingen tot iets waar je zo tegenop ziet. Dan moet je er eventjes doorheen. Ik hoefde ze niet eens te beschrijven, gewoon een vluchtige gedachte. Ik kijk er dan ook niet naar uit als het daadwerkelijk zo ver is om aan de ptss behandeling te beginnen. De vragenlijsten gingen verder en verder. Het vervelende is alleen dat je geen directe uitslag krijgt. Het moet eerst besproken worden in het team. Dat betekend dat je tussen de tweede en derde afspraak lekker mag gaan piekeren over wat er allemaal mis met je is.

Het derde gesprek was twee weekjes later. Veel gepieker van mij en gegoogle door Yorick. Google over psychische aandoening is iets wat ik zelf niet hoef te doen. Ik weet al hoe het voelt. Ik ben er al vaker doorheen moeten gaan. De uitslag: Een zware depressie. Een manisch-depressieve stoornis. Meervoudig PTSS. Sociale angststoornis. Een algemene angststoornis en ADHD. Het laatste was trouwens een verrassing, maar ik scoorde hier zo hoog op dat het gewoon niet uit te sluiten is. Dat is ook een puzzelstukje wat op zijn plek valt. De bi-polaire stoornis (ook wel manisch-depressiviteit genoemd) wist ik al. Die diagnose kreeg ik al op mijn 15de. Alleen is er nooit iets mee gedaan. Nooit een behandeling. Als ik naar een therapeut ging zei ik het wel, maar had altijd het idee dat ze me niet geloofde.

Mijn behandelplan. Ik had gehoopt op een plan. Dat ik eindelijk geholpen zou worden. Ik zit nu al immers 2 jaar thuis met een zware depressie. Met nachtmerries over dingen die zijn gebeurd. Met angst, zwarte gevoelens, geen fut en me gewoon echt ellendig voelen. Ik ben er wel klaar mee. Ik wil me gewoon beter voelen. Het alternatief is…ondenkbaar, hoewel dit ook nog steeds af en toe naar boven komt.
Toch was ik enigszins teleurgesteld. Ik kreeg geen plan bij de psychologe waar ik mij zo prettig bij voelde. Wel kreeg ik een doorverwijzing. Naar een andere praktijk. Om het bi-polaire stukje eens helemaal door te pluizen en dat te stabiliseren. De antidepressiva die ik slik doen niet echt wat ze moeten doen. Dat kan komen omdat ik waarschijnlijk iets anders nodig heb. Dat gaan ze daar uitzoeken. Toch klinkt het goed. Als ik nu in deze staat ptss behandelingen ga krijgen red ik het niet. Dan is het te zwaar. Eerst stabiliseren dus.

En weer 4 weken wachten, een intake, vragenlijsten en wachten op een behandelplan…..